Hij begon hun te leren

En Hij begon hun te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en na drie dagen wederom opstaan.

Markus 8:31

De schare, en ook de discipelen, hadden nog zulke gebrekkige, vleselijke gedachten over het doel van Christus’ komst naar deze wereld. En daarom begon Hij hun te leren. Wij blijven ons leven lang leerlingen. Het is een goed teken als we dat diep beseffen. En een diepe honger hebben naar meer geestelijk onderwijs. In Psalm 119 bidt David niet minder dan dertien keer: leer mij. Laat dat tot troost zijn als je je geestelijke onkunde en blindheid voelt. Bij de discipelen was het niet veel anders. Maar: Hij begon hun te leren. En dat wil Hij nog steeds doen.

De Mensen Zoon moet veel lijden, en verworpen worden. Dat moest. Niet omdat niet anders kon. Maar omdat Hij niet anders wilde. Hij moest lijden. Omdat er schuld was. En die schuld moest verzoend worden: ‘God wil aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede; daarom moeten wij aan haar, óf door onszelf, óf door een ander, volkomen betalen.’ Laat dat besef diep bij ons leven. Hij spreekt over Zijn lijden, opdat ze niet in verwarring zouden raken als het zover was. Zo was het ook al in Jesaja 53 voorzegd. Toen de discipelen het hoorden waren ze verbijsterd. Ze konden er niet bij, 32: En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen. En het is ook goed te begrijpen. Wij weten hoe het allemaal afgelopen is: uiteindelijk: Pasen. Maar zij stonden er nog voor. Het was voor hen één groot raadsel. Ze waren er blind voor dat juist Zijn lijdensweg de weg was tot de heerlijkheid. De weg om Zijn kerk te verlossen. Om zo het fundament te leggen voor onze zaligheid. Wat voor de discipelen een vergissing leek, is juist het hart van het Evangelie.

Ryle zegt: ‘Laat deze waarheid, die onze Heere zo vaak aan Zijn discipelen heeft verkondigd, en die de discipelen zo ijverig hebben verkondigd aan de wereld, het fundament zijn van ons geloof. Laten we, in leven en sterven, in gezondheid en ziekte met ons volle gewicht steunen op dit machtige feit dat, hoewel wij gezondigd hebben, Christus is gestorven voor zondaren. En hoewel we niets verdiend hebben, Christus voor ons heeft geleden aan het kruis, en door Zijn lijden de hemel heeft verworven voor een ieder die in Hem gelooft.

Maar Hij, Zich omkerende, en Zijn discipelen aanziende, bestrafte Petrus,vs. 33. Petrus was scherp. Maar nu wordt Jezus ook scherp. Hij keert Petrus eenvoudigweg de rug toe: Hij keek de discipelen aan en bestrafte Petrus. Hij wil Petrus niet eens zien. Want eigenlijk staat daar niet Petrus, maar de satan: Ga heen, achter Mij, satanas. Christus weerhouden om Zijn verlossingswerk uit te voeren, was een duivelse verzoeking. Om het grote heilsplan van God te saboteren. Dat is de ergernis, de aanstoot van het kruis: dat de weg van het sterven de weg tot het leven is. Zo was het voor Christus. En zo is het ook voor alleen die Hem volgen, 35: Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven zal verliezen, om Mijnentwil, en om des Evangelies wil, die zal hetzelve behouden.

En hoe wordt dat geleerd? In de weg van de navolging, 34: Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij. De kruisweg. Voor Christus was er geen andere weg. En voor degenen die Hem vrezen is er ook geen andere weg. Wie bij Christus wil horen, zal ook Zijn kruis moeten dragen. Waarom? Omdat dat de enige manier is om te groeien in het geloof. In de genade en kennis van onze Zaligmaker. Dat kan alleen maar in de weg van de navolging. Het kruisdragen. En anders niet.

Paulus zegt in Filip. 3:10: Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding .. Hij had al zoveel van Christus leren kennen. Maar hij had er zo’n intens verlangen naar om Christus nog meer, rijker, dieper en voller te leren kennen. Maar dan schrijft hij er gelijk achteraan langs welke weg dat gaat: Door gemeenschap te hebben aan Zijn lijden. Aan Zijn lijden deel te nemen. En aan Zijn dood gelijkvormig te worden. Als Hij uit liefde voor ons wilde sterven, ben ik bereid om uit liefde tot Hem te sterven aan de wereld? En vooral: sterven aan mijzelf. Om niets anders over te houden dan Christus. Niet mijn gerechtigheid: Zijn gerechtigheid. Niet mijn kracht: Zijn kracht. Niet mijn trouw: Zijn trouw. Alles van mij moet er aan. Opdat Hij alleen zou overblijven.:

Bezwijkt dan ooit in bitt’re smart,
Of bange nood, mijn vlees en hart
Zo zult Gij zijn, voor mijn gemoed,
Mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.