Waarom God Zijn Zoon niet gezonden heeft
“Want God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.” (Joh. 3:17)
Waarom heeft God Zijn eniggeboren Zoon gezonden? Als iemand gezonden wordt heeft dat een doel. Denk aan hoe soldaten uitgezonden worden naar een ander land. Een missie kan levens kosten. Daar teisteren terroristen de boel. Het is gevaarlijk om daar te zijn. Zo’n uitzending moet daarom werkelijk een groot doel dienen. Zo is dat ook met het zenden van Gods Zoon naar deze wereld. In Spreuken 8 vers 30 zegt de Heere Jezus: “Toen was Ik een voedsterling bij Hem, en Ik was dagelijks Zijn vermakingen, te allen tijde voor Zijn aangezicht spelende.” De Zoon was in de volmaakte heerlijkheid. En toch is Hij vrijwillig gegaan. Toch is Hij er op uit gezonden. Niet zomaar een oorlogsgebied. Maar erger, verschrikkelijker, heftiger! Gezonden naar de wereld. Alleen in vers 17 staat het er al drie keer ‘wereld’. Wat een duistere plaats. Een plaats waar de gevallen mens zich keert tegen Zijn Schepper. Een plek van terreur tegen God. Waar God gelasterd wordt. Waar God getergd wordt. Een plek waar de mens Gods orde vernietigen wil. Een plek van opstand, rebellie tegen God Zelf. Een vijandige wereld. Als God Zijn Zoon naar zo’n plaats stuurt, dan moet dat wel een gigantisch groot doel hebben.
En als we iets zien van wie we zelf zijn, kunnen we toch maar één doel bedenken? Een gigantisch oordeel. God gaat korte metten maken met de mens. Vanaf de zondeval heeft God alle reden gehad om Zijn Zoon te zenden opdat Hij de wereld veroordelen zou. En elke dag na die gitzwarte dag zijn er bergen met redenen bij gekomen om de wereld te veroordelen. Maar juist daarvan zegt de Heere Jezus nu: “God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld opdat Hij de wereld veroordelen zou.” De Heere weet dat die gedachte in ons hart leeft, anders zou Hij het niet zo benoemen. Want menselijkerwijs zou je toch denken: Welke aardse regeerder zou bij zoveel rebellie, zoveel opstand, niet komen om te veroordelen? En dan te bedenken onze opstand geen rebellie is tegen een wrede dictator, maar tegen een barmhartige en genadige God!
Weet u waarin de waarheid van dit vers schittert? Uit de manier waarop de Heere Jezus 2000 jaar geleden gezonden is. Hij is niet gezonden als Opperrechter. Hij is niet gekomen in majesteit en heerlijkheid, zittend op Zijn troon. Dat komt nog. Maar 2000 jaar geleden is Hij zo geheel anders gekomen. Waar was Hij als eerste te zien? Dat was niet zittend op een blinkende troon, maar liggend in een uitgegraven voerbak. In Bethlehems stal ziet u hoe heerlijk waar Johannes 3 vers 17 is. Gods doel met het zenden van Zijn Zoon is niet om te veroordelen. Dat is al totaal onbegrijpelijk: Niet gekomen om te veroordelen. Maar wat is Gods doel met het zenden van Zijn Zoon naar zulk vijandig gebied dan wel? Het moet een groot doel hebben. En dat heeft het: “maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.” Daar heeft de Heere vreugde in. Hij heeft lust in goedertierenheid. Daarom heeft God Zijn eniggeboren Zoon er op uit gezonden naar dat meest vijandige gebied.
Zo hoort Nicodemus als hij in de nacht met zijn vragen bij Jezus komt. Dit moet Nicodemus blijkbaar leren. Dit is nieuw voor hem. Hoort hij het goed? Zegt Jezus dat de Zoon van God gekomen is om die vijandige wereld te behouden? Als de Heere Jezus gezegd had dat de Messias gekomen is om Gods volk te behouden, dan had Nicodemus instemmend geknikt. Zo leerde hij het zelf ook. Maar wat hij nu hoort is schokkend!
De Messias komt niet om de wereld, om de heidenen te veroordelen. Er is verlossing voor heidenen? Heidenen, die niet tot het verbondsvolk behoren. Staan we dan als joden op hetzelfde niveau voor God als de heidenen? Ja, dat is wat de Heere Jezus nadrukkelijk zegt: “Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.” (Joh. 3:3) En met dat woordje “iemand” maakt de Heere Jezus geen verschil tussen joden of heidenen. Voor Nicodemus, die dacht dat er alleen redding voor Gods verbondsvolk was, zijn dit vernederende woorden. Hij wordt op hetzelfde hoopje als de goddeloze heidenwereld gegooid. Maar hetzelfde geldt voor ons, wij die gedoopt zijn, ons wordt gezegd dat we allemaal hetzelfde nodig hebben! Wie we ook zijn: Jood of heiden, gedoopte of ongedoopte Katwijker, kerkganger of crimineel, of allebei tegelijk. Allemaal hebben we hetzelfde nodig! Dit is voor ons vernederend, wij behoren bij die vijandige wereld.
Tegelijkertijd zijn dit heerlijk ruime woorden van de Zaligmaker. Is het uw vraag: Wil de Heere mij behouden? Hier heeft u het antwoord. Uit de mond van de Heere Jezus Zelf “God heeft Zijn Zoon niet gezonden in de wereld opdat Hij de wereld veroordelen zou, maar opdat de wereld door Hem zou behouden worden.” Ruimer kan niet! U en ik behoren bij die vijandige mensen. Erkent u dat? U en ik behoren bij die wereld die God behouden wil. Gelooft u in de Zoon van God?
“Die in Hem gelooft, wordt niet veroordeeld, maar die niet gelooft, is alrede veroordeeld, dewijl hij niet heeft geloofd in den Naam van den eniggeboren Zone Gods.” (Joh. 3:18)